Einde inhoudsopgave
RvdW 1999, 12
Tenuitvoerlegging straf; gratieverzoek schorsende werking?
HR 15-01-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2821
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 januari 1999
- Magistraten
Mijnssen, Neleman, Heemskerk, Van der Putt-Lauwers, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
16765
C97/244
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
ZC2821
- Vakgebied(en)
Penitentiair recht (V)
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZC2821, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑01‑1999
- Wetingang
Essentie
Tenuitvoerlegging straf; gratieverzoek schorsende werking?
Gratieverzoek schorst tenuitvoerlegging straf niet ingeval deze reeds was aangevangen. Veroordeling tot geldboete is primair gericht op betaling; verhaal op vermogen van veroordeelde en vervangende hechtenis komen pas subsidiair aan de orde. Als aanvang van de tenuitvoerlegging van de geldboete is aan te merken de handeling van het OM die is gericht op het bewerkstelligen van de betaling, te weten de verzending aan de veroordeelde van de mededeling van de dag of de dagen waarop de betaling uiterlijk moet geschieden.
Samenvatting
Eiser heeft een gratieverzoek ingediend tegen het (strafrechtelijke) vonnis waarbij hij veroordeeld ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.