Einde inhoudsopgave
RvdW 1999, 64
Concessie-overeenkomst; opzegging; beginselen behoorlijk bestuur. Uitleg stellingen
HR 09-04-1999, ECLI:NL:PHR:1999:AN6199
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 april 1999
- Magistraten
Martens, Korthals Altes, Neleman, Heemskerk, Herrmann
- Zaaknummer
16785
C97/264
- Conclusie
A-G Bakels
- LJN
AN6199
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Bestuursrecht algemeen (V)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Vastgoedrecht / Huisvesting
Energierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AN6199, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑04‑1999
ECLI:NL:PHR:1999:AN6199, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑04‑1999
- Wetingang
BW art. 3:12; BW art. 3:303; BW art. 6:2; BW art. 6:162; BW art. 6:240
Essentie
Concessie-overeenkomst; opzegging; beginselen behoorlijk bestuur. Uitleg stellingen.
Kort geding. Ervan uitgaande dat concessie-overeenkomst gemeente met Gasfabriek naar haar kern privaatrechtelijk karakter heeft, en ervan uitgaande dat de gemeente in geval van beëindiging van de overeenkomst verplicht is het gasbedrijf van de Gasfabriek tegen een getaxeerde waarde over te nemen zodat de Gasfabriek een vergoeding ontvangt voor de schade als gevolg van de beëindiging, valt niet in te zien waarom het zorgvuldigheidsbeginsel zou kunnen meebrengen dat de gemeente had moeten afzien van het gebruik van haar bevoegdheid de overeenkomst op te zeggen, althans dat de opzegging eerst rechtsgevolg verkrijgt nadat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.