JAR 1999, 103
HR, 16-04-1999, nr. 16804, nr. C97/283HR: Habing/PRC
HR 16-04-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2886 (Habing/PRC)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 april 1999
- Magistraten
Mrs Mijnssen, Korthals Altes, Herrmann, Van der Putt-Lauwers en Fleers
- Zaaknummer
16804
C97/283HR
- LJN
ZC2886
- Roepnaam
Habing/PRC
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsomstandigheden en beroepsschade
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZC2886, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑04‑1999
- Wetingang
BW art. 6:74; BW art. 7:661
Samenvatting
Arbeidsovereenkomst. Beëindiging met wederzijds goedvinden en toezegging voltooiing lopend project. Art. 7:661 lid 1 BW.
Bewilliging in ontslag levert wel beletsel op voor vordering tot nakoming van toezegging lopend project te voltooien, maar vormt geen beletsel voor vordering tot schadevergoeding bij toerekenbaar tekortschieten in nakoming. Art. 7:661 lid 1 BW, dat bepaalt dat werknemer jegens werkgever slechts aansprakelijk is in geval van ernstige fouten, opzet, of bewuste roekeloosheid, geldt alleen in geval werknemer werkgever schade toebrengt bij uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden.
(Ontleend aan NJ 1999, 548)