NJ 1999, 816
Antilliaanse zaak / arbeidsrecht / pensioen/pensioenvervangende verzekering; gelijkheidsbeginsel / rechterlijk overgangsrecht
HR 28-05-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2915, m.nt. T. Koopmans
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 mei 1999
- Magistraten
Roelvink, Korthals Altes, Herrmann, Van der Putt-Lauwers, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
R98/004HR
- Conclusie
plv. P-G Mok
- Noot
T. Koopmans
- LJN
ZC2915
- JCDI
JCDI:ADS63960:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZC2915, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑05‑1999
- Wetingang
IVBP art. 26
Essentie
Antilliaanse zaak. Arbeidsrecht. Pensioen/pensioenvervangende verzekering; gelijkheidsbeginsel. Rechterlijk overgangsrecht.
Vordering vergoeding kosten van pensioenvervangende verzekering door hof toegewezen op grond van gelijkheidsbeginsel, doch slechts vanaf moment dat om vergoeding is verzocht. Zonder nadere motivering niet in te zien waarom gestelde ongelijkheid zou zijn opgeheven door vergoeding toe te kennen met ingang bedoeld tijdstip. Tevens gegrond is de motiveringsklacht (in incidenteel beroep) dat hof niet adequaat heeft gereageerd op stelling dat betrokkene geen recht heeft op tegemoetkoming omdat zij geen pensioenvervangende verzekering heeft gesloten. Door hof eerder gegeven regel rechterlijk overgangsrecht (te kennen uit NJ 1995, 260) niet gegeven ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.