NJ 2000, 100
Internationaal privaatrecht. Belgisch-Nederlandse echtscheiding; bevoegdheid Nederlandse rechter inzake voorlopige voorzieningen m.b.t. kind; EEX, BEX en HKV.
HR 04-06-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2933, m.nt. P. Vlas
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 juni 1999
- Magistraten
Mijnssen, Korthals Altes, Neleman, Heemskerk, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
R98/038HR
- Conclusie
A-G Strikwerda
- Noot
P. Vlas
- LJN
ZC2933
- JCDI
JCDI:ADS157992:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZC2933, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑06‑1999
- Wetingang
Rv (oud) art. 822; Rv (oud) art. 824; EEX-Verdrag art. 1; EEX-Verdrag art. 5; EEX-Verdrag art. 21; EEX-Verdrag art. 55; EEX-Verdrag art. 56; Executieverdrag Ned-België art. 3; Executieverdrag Ned-België art. 6; Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 art. 1; Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 art. 13
Essentie
Internationaal privaatrecht. Belgisch-Nederlandse echtscheiding; bevoegdheid Nederlandse rechter inzake voorlopige voorzieningen m.b.t. kind; EEX, BEX en HKV.
Nederlandse rechter bevoegd hoewel in België ook reeds echtscheidingsprocedure aanhangig is. De verzochte voorlopige maatregel van toevertrouwing van het kind aan de vrouw heeft betrekking op ‘de staat en bevoegdheid van natuurlijke personen’ zodat het EEX niet van toepassing is; het BEX is niet van toepassing omdat dit wijkt voor verdragen met bevoegdheidsbepalingen zoals het HKV dat in casu van toepassing is mede omdat het kind inmiddels zijn gewone verblijfplaats bij de vrouw in Nederland heeft. Op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.