Einde inhoudsopgave
RvdW 1999, 117
Onderhoudsplicht verwekker kind; bevrijdende verjaring; overgangsrecht
HR 03-09-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2957
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 september 1999
- Magistraten
Roelvink, Korthals Altes, Herrmann, Van der Putt-Lauwers, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
C98/313HR
- Conclusie
A-G Bakels
- LJN
ZC2957
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Alimentatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZC2957, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑09‑1999
- Wetingang
BW art. 1:394; BW art. 1:405; Wet Herziening Afstammingsrecht art. III
Essentie
Onderhoudsplicht verwekker kind; bevrijdende verjaring; overgangsrecht.
Art. 1:405 lid 2 (oud) BW voorzag in een beroep op bevrijdende verjaring. Het aan deze verjaring verbonden rechtsgevolg is ontstaan vóór de inwerkingtreding van de Wet herziening afstammingsrecht waarin bedoeld artikellid met onmiddellijke werking is komen te vervallen. Die onmiddellijke werking heeft niet tot gevolg dat een reeds voor dat tijdstip voltooide verjaring haar werking zou verliezen.
Samenvatting
Moeder dagvaardt vader op 21 december 1987 op grond van art. 1:405 (oud) BW (de thans in art. 1:354 geregelde vaderschapsactie) voor de rechtbank tot betaling van een bijdrage in de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.