AB 2000, 5
Onrechtmatige overheidsdaad; formele rechtskracht; motiveringsgebrek; vernietiging van een hinderwetvergunning in beroep leidt tot onrechtmatigheid van de gemeente jegens de aanvrager van de vergunning; geen verdergaande rechtsoordelen
HR 01-10-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2980, m.nt. Th.G. Drupsteen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 oktober 1999
- Magistraten
Mijnssen, Korthals Altes, Neleman, Heemskerk, Fleers
- Zaaknummer
C98/054HR
- Conclusie
plv. P-G Mok
- Noot
Th.G. Drupsteen
- LJN
ZC2980
- JCDI
JCDI:ADS864572:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursprocesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZC2980, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑10‑1999
- Wetingang
BW art. 6:162
Essentie
Onrechtmatige overheidsdaad; formele rechtskracht; motiveringsgebrek; vernietiging van een hinderwetvergunning in beroep leidt tot onrechtmatigheid van de gemeente jegens de aanvrager van de vergunning; geen verdergaande rechtsoordelen.
Samenvatting
Met de vernietiging van de vergunning van 22 januari 1991 door de Afdeling (geschillen) kwam, zoals de rechtbank oordeelde en in hoger beroep niet in geschil was, vast te staan dat de gemeente met het verlenen van die met de wet strijdige vergunning jegens Van Dijck c.s. onrechtmatig handelde. Dit in aanmerking genomen valt zonder nadere, door het hof niet gegeven, motivering niet in te zien dat, zoals het hof heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.