Einde inhoudsopgave
RvdW 1999, 152
Art. 34 e.v. Besluit beheer sociale-huursector en art. 4:5 Abw: vrijheid Staatssecretaris te beslissen na ommekomst termijn acht weken van art. 36 Bbsh?
HR 22-10-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2995
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 1999
- Magistraten
Roelvink, Neleman, Herrmann, Van der Putt-Lauwers, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
C98/068HR
- Conclusie
A-G Spier)
- LJN
ZC2995
- Vakgebied(en)
Bouwrecht / Woonrecht
Bestuursprocesrecht (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Volkshuisvesting en wonen / Woningbouw
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Vastgoedrecht / Huisvesting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZC2995, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑1999
- Wetingang
Essentie
Art. 34 e.v. Besluit beheer sociale-huursector en art. 4:5 Abw: vrijheid Staatssecretaris te beslissen na ommekomst termijn acht weken van art. 36 Bbsh?
De regeling van art. 34 e.v. Besluit beheer sociale-huursector (Bbsh) hield niet een goedkeuringsvereiste in, maar strekte slechts ertoe aan de overheid gedurende een beperkte periode de gelegenheid te geven een besluit van aanmerkelijk belang op de in de regeling genoemde gronden tegen te houden. Met het karakter van de in art. 36 lid 3 Bbsh voorziene termijn van acht weken — door het Hof in cassatie onbestreden als fatale termijn aangeduid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.