Einde inhoudsopgave
RvdW 1999, 166
Inleners- en ketenaansprakelijkheid / 34 en 35 Iw 1990: toepasselijkheid in geval van in buitenland gevestigde inlener; rechtszekerheid en wetsgeschiedenis / ontvankelijkheid Ontvanger: art. 49 Leidraad Invordering 1990; overgangsrecht
HR 05-11-1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3801
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 november 1999
- Magistraten
Martens, Neleman, Herrmann, Van der Putt-Lauwers, Fleers
- Zaaknummer
16702
C97/181HR
- Conclusie
plv. P-G Mok)
- LJN
AA3801
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
Loonbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AA3801, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑11‑1999
- Wetingang
Essentie
Inleners- en ketenaansprakelijkheid. Art. 34 en 35 Iw 1990: toepasselijkheid in geval van in buitenland gevestigde inlener; rechtszekerheid en wetsgeschiedenis. Ontvankelijkheid Ontvanger: art. 49 Leidraad Invordering 1990; overgangsrecht.
Art. 34 en 35 Iw 1990 moeten — mede gezien de eisen van de rechtszekerheid en de wetsgeschiedenis — zo worden uitgelegd dat die artikelen niet van toepassing zijn op een in het buitenland wonende of gevestigde ondernemer die voor werkzaamheden in het buitenland gebruik maakt van werknemers voor wie in Nederland loonbelasting verschuldigd is. De twee-maanden-termijn van art. 49 Leidraad ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.