NJ 2000, 254
Verzekering. Schorsing dekking en verplichting tot premiebetaling. Redelijkheid en billijkheid. Uitleg gedingstukken.
HR 03-12-1999, ECLI:NL:PHR:1999:AA3825
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 december 1999
- Magistraten
Roelvink, Neleman, Heemskerk, Fleers, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
C98/121HR
- Conclusie
A-G Spier
- LJN
AA3825
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verzekeringsrecht (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:1999:AA3825, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑12‑1999
ECLI:NL:HR:1999:AA3825, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑12‑1999
- Wetingang
BW art. 6:248; K art. 246; Rv (oud) art. 91
Essentie
Verzekering. Schorsing dekking en verplichting tot premiebetaling. Redelijkheid en billijkheid. Uitleg gedingstukken.
Falend cassatieberoep tegen 's hofs oordeel dat in zijn algemeenheid niet juist is dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat een verzekeraar de periode gedurende welke hij wel aanspraak had op betaling van de premie maar de dekking was geschorst, eerder had moeten beëindigen door gebruik te maken van zijn opzeggingsbevoegdheid.
Samenvatting
Verzekeraar vordert betaling van — uit hoofde van een arbeidsongeschiktheidsverzekering verschuldigde — achterstallige premies. De verzekerde verweert zich, stellende dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat de vorderingen moeten worden afgewezen omdat de verzekeraar door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.