Einde inhoudsopgave
RvdW 2000, 13
Reële executie tot verrichten rechtshandeling. Uitspraak die in de plaats treedt van tot levering registergoed bestemde akte; beperkte strekking van art. 3:301 lid 2 BW.
HR 24-12-1999, ECLI:NL:HR:1999:AA4005
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 december 1999
- Magistraten
Mijnssen, Herrmann, Van der Putt-Lauwers, De Savornin Lohman, Hammerstein
- Zaaknummer
C98/161HR
- Conclusie
A-G Strikwerda)
- LJN
AA4005
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Algemeen
Goederenrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Omgevingsrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht (V)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AA4005, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑12‑1999
ECLI:NL:PHR:1999:AA4005, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑12‑1999
- Wetingang
BW art. 3:89; BW art. 3:300; BW art. 3:301; Rv art. 433; Kdw art. 25
Essentie
Reële executie tot verrichten rechtshandeling. Uitspraak die in de plaats treedt van tot levering registergoed bestemde akte; beperkte strekking van art. 3:301 lid 2 BW.
Het bepaalde bij art. 3:301 lid 2 BW moet aldus worden opgevat dat eiser tot cassatie die heeft nagelaten het instellen van zijn beroep te doen aantekenen in het in art. 433 Rv bedoelde register, uitsluitend niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard voorzover het dat gedeelte van de uitspraak betreft ten aanzien waarvan de rechter heeft bepaald dat het op de voet van art. 3:300 lid 2 BW treedt in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.