Einde inhoudsopgave
RvdW 2000, 37
Mediawet: omroepbijdrage; ‘aanwezig hebben van ontvanginrichting’ en ‘houder’
HR 28-01-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4619
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 januari 2000
- Magistraten
Roelvink, Neleman, Van der Putt-Lauwers, Fleers, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
C98/203HR
- Conclusie
plv. P-G Mok
- LJN
AA4619
- Vakgebied(en)
Informatierecht / Media
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA4619, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑01‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA4619, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑01‑2000
- Wetingang
Essentie
Mediawet: omroepbijdrage; ‘aanwezig hebben van ontvanginrichting’ en ‘houder’.
De term ‘aanwezig hebben’ in art. 110 e.v. Mediawet doelt op een feitelijke situatie, te weten het zich feitelijk bevinden van de ontvanginrichting (radio- of televisietoestel) in een bepaalde ruimte die wordt bewoond of als bedrijfsruimte wordt gebruikt of beheerd, terwijl de term ‘houder’ slechts een andere aanduiding is van degene die een ontvanginrichting ‘aanwezig heeft’. Degene die in economische zin profijt heeft van het ter beschikking stellen van een televisietoestel aan een ander (in casu de B.V. die televisietoestellen verhuurt aan patiënten in een ziekenhuis) kan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.