Einde inhoudsopgave
RvdW 2000, 90
Art. 4:969 BW: vervreemding met voorbehoud van vruchtgebruik aan erfgenaam tegen ‘reële’ koopprijs; schenking; bevoordelingsbedoeling; inkorting.
HR 31-03-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5321 (Curfs/P)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 maart 2000
- Magistraten
Mijnssen, Neleman, Van der Putt-Lauwers, Hammerstein, Kop
- Zaaknummer
C98/168HR
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
AA5321
- Roepnaam
Curfs/P
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Vermogensrecht (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA5321, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑03‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA5321, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑03‑2000
- Wetingang
BW art. 4:969; BW art. 6:74; BW art. 6:162
Essentie
Art. 4:969 BW: vervreemding met voorbehoud van vruchtgebruik aan erfgenaam tegen ‘reële’ koopprijs; schenking; bevoordelingsbedoeling; inkorting.
Art. 4:969 BW (vervreemding/verkoop van enig goed met voorbehoud van vruchtgebruik aan erfgenaam geldt als gift) verdient een zo beperkt mogelijke toepassing. Van een ontstaan van een inkorting in natura kan geen sprake zijn bij betaling van een koopprijs die kan worden beschouwd als een (substantiële) tegenprestatie voor de werkelijk waarde van het gekochte op het moment van de vervreemding. Niet blijk van onjuiste rechtsopvatting geeft 's Hofs oordeel dat mag worden aangenomen dat geen gevaar voor financiële inkorting aanwezig was aangezien onvoldoende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.