Einde inhoudsopgave
RvdW 2000, 108
Huur 1624-bedrijfsruimte. Tekortkoming huurder door inbreng bedrijf in BV zonder vordering indeplaatsstelling. Vordering indeplaatsstelling tijdig?
HR 14-04-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5507 (Heinsma/De Vries I)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 april 2000
- Magistraten
Mijnssen, Neleman, Fleers, O. de Savornin Lohman, Hammerstein
- Zaaknummer
C98/255HR
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
AA5507
- Roepnaam
Heinsma/De Vries I
- Vakgebied(en)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA5507, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑04‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA5507, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑04‑2000
- Wetingang
BW art. 7A:1595; BW art. 7A:1624; Hrgw art. 31 (oud)
Essentie
Huur 1624-bedrijfsruimte. Tekortkoming huurder door inbreng bedrijf in BV zonder vordering indeplaatsstelling. Vordering indeplaatsstelling tijdig?
Falende motiveringsklachten tegen oordeel Rechtbank dat niet kan worden gezegd dat huurder die zijn bedrijf inbrengt in BV, althans in de periode totdat hij zich uit het bedrijf van de BV terugtrok door die inbreng is tekortgeschoten in de naleving van de huurovereenkomsten jegens de verhuurder, mede in aanmerking genomen dat de verhuurder (al jaren) bekend was met die inbreng en met de omstandigheid dat de BV de gehuurde panden gebruikte voor haar bedrijfsuitoefening en tegen dat gebruik geen maatregelen heeft genomen alsmede ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.