AB 2000, 428
Publiek domein; bijzonder gebruik en publieke bestemming; onaanvaardbare doorkruising van publiekrechtelijk verleende toestemming; financiële voorwaarde als voorschrift aan ontheffing
HR 19-05-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5860, m.nt. P.J.J. van Buuren (Gemeente ’s-Gravenhage/Staat, Haagse bagger)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 mei 2000
- Magistraten
Roelvink, Neleman, Van der Putt-Lauwers, Fleers, Kop
- Zaaknummer
C98/317HR
- Noot
P.J.J. van Buuren
- LJN
AA5860
- Roepnaam
Gemeente ’s-Gravenhage/Staat
Haagse bagger
- JCDI
JCDI:ADS864603:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA5860, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑05‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA5860, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑05‑2000
- Wetingang
Essentie
Publiek domein; bijzonder gebruik en publieke bestemming; onaanvaardbare doorkruising van publiekrechtelijk verleende toestemming; financiële voorwaarde als voorschrift aan ontheffing.
Samenvatting
Het hof heeft vooropgesteld dat de Noordzee thans en ook in 1986 niet de publieke bestemming heeft, respectievelijk had, van stortplaats van afvalstoffen, waaronder baggerspecie, in die zin dat een ieder het recht zou hebben daar vrijelijk baggerspecie te deponeren. Het gebruik als stortplaats, aldus het hof, geldt daarom als een bijzonder gebruik waarvoor de Staat als eigenaar in beginsel een financiële tegemoetkoming kan bedingen.
Aldus overwegende heeft het hof miskend dat, ook al heeft de Noordzee ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.