Einde inhoudsopgave
RvdW 2000, 161
Erkenning kind; naamrecht; overgangsrecht.
HR 23-06-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6298
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 juni 2000
- Magistraten
R. Herrmann, A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers
- Zaaknummer
R99/134HR
- Conclusie
A-G i.b.d. Moltmaker
- LJN
AA6298
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Personen- en familierecht / Personenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA6298, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑06‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA6298, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑06‑2000
- Wetingang
BW art. 1:5; BW art. 1:223; Wet Herziening Naamrecht art. V
Essentie
Erkenning kind; naamrecht; overgangsrecht.
Ingevolge het nieuwe art. 5 lid 2, eerste volzin, BW houdt een kind indien het door erkenning in een familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, de geslachtsnaam van de moeder tenzij de moeder en de erkenner gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben. Nu de familierechtelijke betrekking met beide ouders eerst ontstond op het moment van erkenning van het kind door de vader, moest ingevolge het overgangsrecht worden beslist met inachtneming van de nieuwe bepaling. Hoge Raad doet zelf af.
Samenvatting
Verwekker wil zijn zoon erkennen. Omdat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.