Einde inhoudsopgave
RvdW 2000, 188
Zeerecht; goederenvervoer. Cognossement op naam; rechtsverhouding vervoerder-cognossementhouder; aflevering; schadevergoeding.
HR 22-09-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7200 (Eendracht)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 september 2000
- Magistraten
H.L.J. Roelvink, W.H. Heemskerk, C.H.M. Jansen, A.E.M. van der Putt-Lauwers, O. de Savornin Lohman
- Zaaknummer
C98/320HR
- Conclusie
A-G Bakels
- LJN
AA7200
- Roepnaam
Eendracht
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Zeevervoer
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA7200, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑09‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA7200, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑09‑2000
- Wetingang
BW art. 8:370; BW art. 8:377; BW art. 8:378; BW art. 8:399; BW art. 8:441
Essentie
Zeerecht; goederenvervoer. Cognossement op naam; rechtsverhouding vervoerder-cognossementhouder; aflevering; schadevergoeding.
Nederlands recht. Niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting geeft 's Hofs oordeel dat de in het cognossement vermelde geadresseerde in het kader van het gezamenlijk overleg dat heeft geleid tot het besluit de lading naar de laadhaven terug te brengen, op voorhand — in afwachting van de ontvangst van het cognossement — is toegetreden tot de vervoerovereenkomst. Niet blijk van onjuiste rechtsopvatting geeft 's Hofs oordeel dat omstandigheid dat uitoefening van het aan de cognossementhouder toekomende recht op aflevering niet meer aan de orde was nu de verplichting tot (verder) vervoer was ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.