JAR 2000, 237
HR, 20-10-2000, nr. C98/382HR
HR 20-10-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7688
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 oktober 2000
- Magistraten
Mrs Mijnssen, Neleman, Herrmann, Jansen, Kop
- Zaaknummer
C98/382HR
- LJN
AA7688
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA7688, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑10‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA7688, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑10‑2000
- Wetingang
BW art. 3:310; BW art. 6:2; BW art. 6:248
Samenvatting
33 jaar na het einde van het dienstverband bij een scheepswerf waar met asbest werd gewerkt, wordt bij de exwerknemer asbestose geconstateerd, waaraan hij vier jaar later overlijdt. De erfgenamen vorderen een schadevergoeding (waaronder smartengeld van ƒ 300.000,‒) van de werkgever, stellende dat de werknemer onvoldoende is beschermd. De werkgever beroept zich op verjaring. De erfgenamen achten het beroep op de verjaringstermijn in strijd met de redelijkheid en billijkheid en stellen dat deze op grond van art. 6:2 en art. 6:248 BW buiten toepassing behoort te blijven. De kantonrechter wijst de vordering af omdat de verjaringstermijn op 2 mei 1989 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.