Einde inhoudsopgave
RvdW 2000, 226
Omgang ouder met kind: invulling omgangsregeling door gezinsvoogdij-instelling.
HR 17-11-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8360
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 november 2000
- Magistraten
P. Neleman, R. Herrmann, A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink, P.C. Kop
- Zaaknummer
R98/171HR
- Conclusie
A-G i.b.d. Moltmaker
- LJN
AA8360
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA8360, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑11‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA8360, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑11‑2000
- Wetingang
BW art. 1:377a
Essentie
Omgang ouder met kind: invulling omgangsregeling door gezinsvoogdij-instelling.
Art. 1:377a BW, dat het recht op omgang tussen het kind en de niet met het gezag belaste ouder regelt en dat een limitatieve opsomming bevat van de ontzeggingsgronden, staat niet eraan in de weg dat een rechter enerzijds bepaalt dat een ouder recht op omgang heeft met zijn kind en anderzijds de beslissing omtrent de te treffen omgangsregeling aanhoudt in afwachting van de resultaten van (nader) onderzoek; deze bepaling verzet zich evenmin ertegen dat de rechter bepaalt dat gedurende de periode van aanhouding het recht op omgang gestalte moet worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.