Einde inhoudsopgave
RvdW 2001, 13
Terugvordering bijstand. Gezinsbijstand; terugvordering van (verzwegen) partner
HR 22-12-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA9140
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 december 2000
- Magistraten
R. Herrmann, A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink
- Zaaknummer
R00/063HR
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
AA9140
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA9140, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑12‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA9140, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑12‑2000
- Wetingang
Essentie
Terugvordering bijstand. Gezinsbijstand; terugvordering van (verzwegen) partner?
Ingeval gezinsbijstand (naar norm éénoudergezin) is verstrekt, biedt art. 59a lid 2 (oud) ABW geen grond voor terugvordering van de partner met wiens middelen bij de verlening van de bijstand ten onrechte geen rekening is gehouden. Hetzelfde heeft te gelden met betrekking tot art. 84 lid 2 Abw zoals dat luidde in 1996.
Samenvatting
Gedurende het tijdvak van 1 juli 1992 tot 10 mei 1996 heeft de Gemeente aan S. (de vrouw) een uitkering verstrekt ingevolge de Algemene Bijstandswet naar de norm voor een éénoudergezin. Nadien is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.