Einde inhoudsopgave
RvdW 2001, 24
Wet op de medische keuringen: keuringsverbod art. 4 lid 3; onmiddellijke werking.
HR 05-01-2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9310
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 januari 2001
- Magistraten
P. Neleman, W.H. Heemskerk, C.H.M. Jansen, J.B. Fleers, A. Hammerstein
- Zaaknummer
C00/065HR
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
AA9310
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht (V)
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2001:AA9310, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑01‑2001
ECLI:NL:PHR:2001:AA9310, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑01‑2001
- Wetingang
Essentie
Wet op de medische keuringen: keuringsverbod art. 4 lid 3; onmiddellijke werking.
Bij gebreke van een bijzondere bepaling van overgangsrecht geldt als uitgangspunt dat het keuringsverbod van art. 4 lid 3 Wet op de medische keuringen (WMK) onmiddellijke werking heeft en derhalve ook geldt in geval van deelneming aan een pensioenvoorziening als bedoeld in art. 2 van de Pensioen- en Spaarfondsenwet na de inwerkingtreding van de WMK op basis van een vóór die inwerkingtreding gesloten collectieve overeenkomst waarin is voorzien in een medische keuring. De parlementaire geschiedenis van de WMK leidt niet tot het oordeel dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.