AB 2002, 300
Privaatrechtelijke overeenkomst; bevoegdhedenovereenkomst? besluit; formele rechtskracht; overeenkomst als publiekrechtelijke grondslag.
HR 11-01-2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7352, m.nt. F.J. van Ommeren
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 januari 2002
- Magistraten
P. Neleman, R. Herrmann, J.B. Fleers, A.G. Pos, A. Hammerstein
- Zaaknummer
C00/162HR
- Conclusie
plv. P-G Mok
- Noot
F.J. van Ommeren
- LJN
AD7352
- JCDI
JCDI:ADS190049:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2002:AD7352, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑01‑2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD7352, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑01‑2002
- Wetingang
Deltawet Grote Rivieren art. 4; Deltawet Grote Rivieren art. 5; Deltawet Grote Rivieren art. 7; AWB art. 1:3 lid 1; BW art. 6:213
Essentie
Privaatrechtelijke overeenkomst; bevoegdhedenovereenkomst? besluit; formele rechtskracht; overeenkomst als publiekrechtelijke grondslag.
Samenvatting
Terecht wordt aangevoerd dat er geen grondslag bestond voor het nemen van een bestuursrechtelijk besluit als door het hof bedoeld, te weten een besluit tot toekenning van schadevergoeding op de voet van art. 7 Deltawet grote rivieren. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat partijen over het winnen van specie door het Waterschap van de gronden van Berger c.s. een overeenkomst hebben gesloten, ten gevolge waarvan het geven van een last tot inbezitneming achterwege is gebleven. Er is dus geen sprake ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.