Einde inhoudsopgave
RvdW 2002, 152
Pensioen- en spaarfondsenwet: geding tussen deelnemersraad en fonds. Voor beroep bij Ondernemingskamer vatbaar besluit. Wettelijke bevoegdheid Ondernemingskamer: kennelijk onredelijk besluit; aanwijzing Pensioen- & Verzekeringskamer.
HR 04-10-2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8320
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 oktober 2002
- Magistraten
G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, J.B. Fleers, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst, A. Hammerstein
- Zaaknummer
OK98
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
AE8320
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2002:AE8320, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑10‑2002
ECLI:NL:PHR:2002:AE8320, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑10‑2002
- Wetingang
BW art. 2:374; PSW art. 6c; Rv art. 426a
Essentie
Pensioen- en spaarfondsenwet: geding tussen deelnemersraad en fonds. Voor beroep bij Ondernemingskamer vatbaar besluit. Wettelijke bevoegdheid Ondernemingskamer: kennelijk onredelijk besluit; aanwijzing Pensioen- & Verzekeringskamer.
Ook de weigering van het bestuur van een fonds in de zin van art. 1 lid 1 onder c Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) om gevolg te geven aan een eigener beweging door de deelnemersraad gegeven advies, levert een voor beroep bij de Ondernemingskamer vatbaar besluit in de zin van art. 6c PSW op. Oordelend dat uit de door de rechtbank tegen het Pensioenfonds uitgesproken verklaring voor recht (in een door twee ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.