Einde inhoudsopgave
RvdW 2002, 168
Waterleidingwet. Lijstprocedure van art. 28 WLW: aard van de procedure; toepasselijke regels van procesrecht.
HR 18-10-2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8461
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 oktober 2002
- Magistraten
R. Herrmann, A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, A. Hammerstein
- Zaaknummer
C01/237HR
- Conclusie
A-G Wesseling-van Gent
- LJN
AE8461
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Onteigeningsrecht / Onteigening
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2002:AE8461, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑10‑2002
ECLI:NL:PHR:2002:AE8461, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑10‑2002
- Wetingang
Waterleidingwet art. 28
Essentie
Waterleidingwet. Lijstprocedure van art. 28 WLW: aard van de procedure; toepasselijke regels van procesrecht.
Gezien de in de WLW opgenomen voorschriften van procedurele aard en de wetsgeschiedenis is de conclusie gerechtvaardigd dat van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of en in hoeverre op de lijstprocedure als bedoeld in art. 28 WLW, voorzover de WLW geen eigen regeling bevat, bepalingen van de Onteigeningswet of van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing zijn. Gelet op de aard van de onderhavige bijzondere rechtsgang als procedure tot onteigening in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.