NJ 2003, 197
Faillissement. Vordering werknemer ter zake niet afgefinancierde backserviceverplichtingen van de werkgever geprivilegieerd o.g.v. art. 3:288 aanhef en onder d en/of e?
HR 24-01-2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0189, m.nt. P. van Schilfgaarde (Niehe/Heidinga)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 januari 2003
- Magistraten
P. Neleman, A.E.M. van der Putt-Lauwers, A.G. Pos, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein
- Zaaknummer
C01/182HR
- Conclusie
A-G Keus
- Noot
P. van Schilfgaarde
- LJN
AF0189
- Roepnaam
Niehe/Heidinga
- JCDI
JCDI:ADS143249:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Goederenrecht / Algemeen
Vermogensrecht (V)
Insolventierecht (V)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2003:AF0189, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑01‑2003
ECLI:NL:HR:2003:AF0189, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑01‑2003
- Wetingang
BW art. 3:288; BW (oud) art. 1195; PSW art. 2
Essentie
Faillissement. Vordering werknemer ter zake niet afgefinancierde backserviceverplichtingen van de werkgever geprivilegieerd o.g.v. art. 3:288 aanhef en onder d en/of e?
Art. 3:288 aanhef en onder d BW geeft slechts bescherming aan werknemers van wie de werkgever niet op grond van art. 2 PSW ter uitvoering van een pensioentoezegging tot een bedrijfs- of ondernemingspensioenfonds was toegetreden of een pensioenverzekering had gesloten; de aanspraak op affinanciering van de backservice (of een aanspraak op schadevergoeding te dier zake) valt niet onder hetgeen waarop de (gewezen) werknemer aan toekomstige pensioentermijnen jegens de werkgever recht heeft als bedoeld in deze ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.