AB 2004, 20
Verhouding contractuele geheimhoudingsplicht en grondwettelijke inlichtingenplicht; verbod zelfbeperking discretionaire bevoegdheid; optreden van de rechter in politieke kwesties; ministeriële verantwoordelijkheid.
HR 28-03-2003, ECLI:NL:HR:2003:AE5149, m.nt. T. Zwart (Mink K.)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 maart 2003
- Magistraten
Herrmann, Van der Putt-Lauwers, Aaftink, Beukenhorst, Hammerstein, Langemeijer
- Zaaknummer
C01/313HR
- Noot
T. Zwart
- LJN
AE5149
- Roepnaam
Mink K.
- JCDI
JCDI:ADS189296:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2003:AE5149, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑03‑2003
ECLI:NL:PHR:2003:AE5149, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑03‑2003
- Wetingang
GW art. 68
Essentie
Verhouding contractuele geheimhoudingsplicht en grondwettelijke inlichtingenplicht; verbod zelfbeperking discretionaire bevoegdheid; optreden van de rechter in politieke kwesties; ministeriële verantwoordelijkheid.
Samenvatting
3.6.6
Uit het bepaalde in, en de beginselen die ten grondslag liggen aan, de art. 3:296 en 6:168 BW blijkt dat ook indien een recht op nakoming van een verplichting bestaat, de rechter een veroordeling tot nakoming van, of een verbod om in strijd te handelen met, deze verplichting mag afwijzen indien en voorzover zulks voortvloeit uit de aard van de verplichting of geboden is op grond van zwaarwegende maatschappelijke belangen. In aanmerking genomen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.