JOL 2003, 534
Internationaal privaatrecht. Exceptie van onbevoegdheid; art. 5 sub 1 EEX-Verdrag. Toepasselijk recht op de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt; schuldoverneming; overeenkomstige toepassing art. 12 EVO.
HR 24-10-2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9713
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 oktober 2003
- Magistraten
P. Neleman, J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, P.C. Kop
- Zaaknummer
C02/090HR
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
AF9713
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2003:AF9713, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑10‑2003
ECLI:NL:HR:2003:AF9713, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑10‑2003
Essentie
Internationaal privaatrecht. Exceptie van onbevoegdheid; art. 5 sub 1 EEX-Verdrag. Toepasselijk recht op de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt; schuldoverneming; overeenkomstige toepassing art. 12 EVO.
Bij de beantwoording van de niet door het EEG-Overeenkomstenverdrag (EVO) geregelde vraag welke gevolgen een overeenkomst die gepaard kan gaan met een schuldoverneming heeft voor het toepasselijke recht, kan aansluiting worden gezocht bij de aan de regeling voor de cessie in art. 12 EVO ten grondslag liggende beginselen, waaronder het beginsel dat de cessie geen gevolgen heeft voor het op de gecedeerde vordering toepasselijke recht. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.