AB 2004, 339
Door de bestuurlijke boete te vernietigen op een niet-aangevoerde grond, is het Hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden.
HR 28-11-2003, ECLI:NL:HR:2003:AN9071, m.nt. R.J.G.M. Widdershoven
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 2003
- Magistraten
Mrs. Van der Putt-Lauwers, Van Vliet, Lourens, Bavinck, Van den Berge
- Zaaknummer
38 193
- Noot
R.J.G.M. Widdershoven
- LJN
AN9071
- JCDI
JCDI:ADS864509:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Bestuursrecht algemeen (V)
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2003:AN9071, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑2003
- Wetingang
Awb art. 8:69 lid 1; Awb art. 8:77;; Algemene Wet Rijksbelastingen art. 28a lid 2; Algemene Wet Rijksbelastingen art. 67c
Essentie
Door de bestuurlijke boete te vernietigen op een niet-aangevoerde grond, is het Hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden.
Samenvatting
Het Hof heeft geoordeeld dat, hoewel dit niet door belanghebbende is aangevoerd, de onderhavige beschikking waarbij een bestuurlijke boete van ƒ 60 is opgelegd, moet worden vernietigd, aangezien noch uit het rapport van het boekenonderzoek, noch uit het verweerschrift van de Inspecteur blijkt dat het opleggen van de boete tevoren is aangekondigd en/of voldoende is gemotiveerd.
Hoge Raad: Zoals ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.