Einde inhoudsopgave
RvdW 2003, 195
Beëindiging voortgezette arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; vereiste voorafgaande opzegging; oud recht; afwijking bij CAO; vereiste van toestemming RDA op straffe nietigheid opzegging. Instellen incidenteel beroep vereist?: door grieven in principaal beroep ontsloten gebied.
HR 12-12-2003, ECLI:NL:PHR:2003:AN7819
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 december 2003
- Magistraten
P. Neleman, J.B. Fleers, D.H. Beukenhorst, P.C. Kop, F.B. Bakels
- Zaaknummer
C02/226HR
- Conclusie
A-G Timmerman
- LJN
AN7819
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Burgerlijk procesrecht (V)
Sociale zekerheid algemeen / Bijzondere onderwerpen
Arbeidsrecht / Bijzondere onderwerpen arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2003:AN7819, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 12‑12‑2003
ECLI:NL:PHR:2003:AN7819, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑12‑2003
- Wetingang
Essentie
Beëindiging voortgezette arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; vereiste voorafgaande opzegging; oud recht; afwijking bij CAO; vereiste van toestemming RDA op straffe nietigheid opzegging. Instellen incidenteel beroep vereist?: door grieven in principaal beroep ontsloten gebied.
Ingevolge de in deze zaak toepasselijke artt. 7:667 en 7:668 BW zoals deze golden tot 1 januari 1999, geldt dat wanneer een voor een bepaalde tijd aangegane overeenkomst eenmaal is voortgezet, deze niet (meer) van rechtswege eindigt maar dat voor haar beëindiging steeds voorafgaande opzegging nodig is; van het opzeggingsvereiste kan ingevolge lid 5 van art. 7:668 BW slechts ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.