JOL 2004, 62
Kort geding. Eindvonnis? Exceptie van onbevoegdheid op grond van arbitraal beding. Exceptie van internationale onbevoegdheid; dwingend en uitputtend karakter bevoegdheidsregeling EEX-Verdrag; strekking art. 24 EEX-Verdrag.
HR 06-02-2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7065
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2004
- Magistraten
R. Herrmann, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, E.J. Numann, F.B. Bakels
- Zaaknummer
C02/202HR
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
AL7065
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AL7065, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑02‑2004
ECLI:NL:PHR:2004:AL7065, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑02‑2004
Essentie
Kort geding. Eindvonnis? Exceptie van onbevoegdheid op grond van arbitraal beding. Exceptie van internationale onbevoegdheid; dwingend en uitputtend karakter bevoegdheidsregeling EEX-Verdrag; strekking art. 24 EEX-Verdrag
Een vonnis waarin door een uitdrukkelijk dictum aan het geding omtrent enig deel van het gevorderde een einde wordt gemaakt, wordt geen eindvonnis doordat in het vonnis een voorziening is getroffen m.b.t. de proceskosten, noch doordat de eiser in het vervolg van de instantie zijn eis heeft gewijzigd
Binnen de grenzen van het materiële en formele toepassingsgebied van het EEX-Verdrag is de in dot verdrag vervatte bevoegdheidsregeling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.