JOL 2004, 133
Woningkraak; vereisten voor aannemen bestaan ‘huisrecht’.
HR 12-03-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO0967
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 maart 2004
- Magistraten
H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman
- Zaaknummer
C02/195HR
- Conclusie
A-G Huydecoper
- LJN
AO0967
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht (V)
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AO0967, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑03‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AO0967, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 12‑03‑2004
Essentie
Woningkraak; vereisten voor aannemen bestaan ‘huisrecht’.
Met toepassing van art. 81 RO verworpen cassatieklachten tegen 's hofs oordeel dat het verblijf van thans eiseres tot cassatie in het gekraakte pand onmiddellijk na de kraak tot de komst van de politie — enkele uren later — te kortstondig is geweest om daarop al een huisrecht te baseren.
Partij(en)
[Eiseres], te [woonplaats], eiseres tot cassatie, adv. mr. M.A.R. Schuckink Kool,
tegen
De Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie), te 's‑Gravenhage, verweerder in cassatie, adv. mr. G. Snijders.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.