JOL 2004, 176
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen; ‘exclusieve werking’ van de ontbindingsvergoeding.
HR 02-04-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1946
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 april 2004
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, E.J. Numann
- Zaaknummer
C02/309HR
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
AO1946
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AO1946, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑04‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AO1946, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 02‑04‑2004
Essentie
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen; ‘exclusieve werking’ van de ontbindingsvergoeding.
Met toepassing van art. 81 RO verworpen cassatieklachten tegen oordeel rechtbank dat voor de vordering van thans eiseres tot cassatie tot schadevergoeding wegens handelen van haar oud-werkgeefster in strijd met goed werkgeverschap en met de redelijkheid en billijkheid geen plaats is na de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen zonder toekenning van een vergoeding naar billijkheid door de kantonrechter.
Partij(en)
[Eiseres], te [woonplaats], eiseres tot cassatie, adv. mr. P. Garretsen,
tegen
ABN AMRO Bank N.V., te Amsterdam, verweerster in cassatie, adv. mr. E. Grabandt.