NJ 2005, 259
Brandverzekering: bestemmingswijziging in zin art. 293 WvK; bewijslast.
HR 23-04-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO2777
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 april 2004
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, P.C. Kop
- Zaaknummer
C02/236HR
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
AO2777
- JCDI
JCDI:ADS127116:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verzekeringsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AO2777, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑04‑2004
ECLI:NL:PHR:2004:AO2777, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑01‑2004
- Wetingang
Essentie
Brandverzekering: bestemmingswijziging in zin art. 293 WvK; bewijslast.
Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een wijziging van de bestemming van het verzekerde object in de zin van art. 293 WvK is doorslaggevend of de feitelijke bestemming een andere is dan de bestemming die partijen in de verzekeringsovereenkomst aan het verzekerde object hebben toegekend, waarbij geldt dat de verzekerde bestemming in de regel zal overeenstemmen — en ook moet overeenstemmen — met de feitelijke bestemming ten tijde van het sluiten van de verzekering. Art. 150 Rv brengt mee dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.