RFR 2004, 4
Alimentatie. Kan de periode, waarin partijen leefden in een situatie die materieel vergelijkbaar is met een scheiding van tafel en bed, in mindering worden gebracht op de duur van de door de rechter vast te stellen alimentatieverplichting?
HR 11-06-2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO7418
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juni 2004
- Magistraten
Mrs. R. Herrmann, J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, E.J. Numann; A-G L.A.D. Keus
- Zaaknummer
R03/125HR
- LJN
AO7418
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Personen- en familierecht / Alimentatie
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AO7418, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 11‑06‑2004
ECLI:NL:PHR:2004:AO7418, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑06‑2004
- Wetingang
BW art. 1:157; BW art. 1:169; BW art. 1:182
Essentie
Kan de periode, waarin partijen leefden in een situatie die materieel vergelijkbaar is met een scheiding van tafel en bed, in mindering worden gebracht op de duur van de door de rechter vast te stellen alimentatieverplichting?
Samenvatting
Partijen zijn in 1984 met elkaar gehuwd. Zij zijn in 1994 gescheiden gaan wonen. In een convenant hebben partijen de gevolgen hiervan geregeld. Bij beschikking van 24 januari 2003 heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 13 mei 2003 in de registers van de burgerlijke stand ingeschreven. Het hof heeft aan de vrouw met ingang van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.