JOL 2004, 366
Wet tarieven in burgerlijke zaken: vast recht in cassatie; maatstaf berekening hoogte.
HR 25-06-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7825
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 juni 2004
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, P.C. Kop, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R04/004HR
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
AO7825
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AO7825, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑06‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AO7825, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 25‑06‑2004
Essentie
Wet tarieven in burgerlijke zaken: vast recht in cassatie; maatstaf berekening hoogte.
De regeling van het vast recht in de Wet tarieven in burgerlijke zaken is erop gericht dit recht, wat de hoogte betreft, te relateren aan het financiële belang van de zaak voorzover dat belang tot uitdrukking komt in een tot betaling van een bepaalde geldsom strekkende vordering. In cassatie brengt dit mee dat voor de berekening van het vast recht in een bij dagvaarding aangebrachte cassatiezaak in beginsel moet worden aangeknoopt bij (het bedrag van) de vordering waarover de rechter tegen wiens uitspraak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.