NJ 2004, 621
EEX-Verdrag; exequaturprocedure; rechtsmiddel tegen verlof tot tenuitvoerlegging.
HR 09-07-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9495
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 juli 2004
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman A.M.J. van Buchem-Spapens
- Zaaknummer
C03/071HR
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
AO9495
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AO9495, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑07‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AO9495, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 09‑07‑2004
- Wetingang
Essentie
EEX-Verdrag; exequaturprocedure; rechtsmiddel tegen verlof tot tenuitvoerlegging.
Onjuist is het oordeel van de rechtbank dat de vraag of voor een partij tegen wie door de president op de voet van het EEX-Verdrag verlof tot tenuitvoerlegging van een buitenlandse rechterlijke beslissing is verleend, het rechtsmiddel van verzet tegen de beschikking van de president openstaat, beoordeeld dient te worden met toepassing van art. 989 lid 1 Rv.
Samenvatting
In deze zaak heeft de president aan een Duitse onderneming het op de voet van het EEX-Verdrag verzochte verlof verleend tot tenuitvoerlegging in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.