NJ 2004, 661
Onbevoegde vervolgingsbeslissing door administratief juridisch medewerker parket zonder schriftelijk mandaat hoofd-OvJ.
HR 12-10-2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ8834
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 oktober 2004
- Magistraten
Mrs. C.J.G. Bleichrodt, J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman
- Zaaknummer
02710/03
- Conclusie
A-G Jörg
- LJN
AQ8834
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Juridische beroepen / Rechter
Juridische beroepen (V)
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AQ8834, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑10‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AQ8834, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 12‑10‑2004
- Wetingang
RO art. 126 lid 1; Sv art. 167 lid 1
Essentie
's Hofs oordeel dat de administratief juridisch medewerker van het parket als ‘een andere bij het parket werkzame ambtenaar’ cfm. art. 126 lid 1 (oud) RO bevoegd was de vervolgingsbeslissing te nemen, is ontoereikend gemotiveerd, nu niet is gebleken van een schriftelijk mandaat van de hoofd-OvJ.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 oktober 2003, nummer 22/002275–03, in de strafzaak tegen E. adv. mr. T. Arkesteijn te Rotterdam.
Hof:
De uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep — met vernietiging van een vonnis ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.