JOL 2004, 604
Alimentatie gewezen echtgenoot. Einde alimentatieplicht o.g.v. art. 1:160 BW: ‘samenleven met ander als waren zij gehuwd’ maatstaf.
HR 19-11-2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ7380
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2004
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, H.A.M. Aaftink, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R03/093HR
- Conclusie
A-G C.L. de Vries Lentsch-Kostense
- LJN
AQ7380
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AQ7380, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑11‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AQ7380, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 19‑11‑2004
Essentie
Alimentatie gewezen echtgenoot. Einde alimentatieplicht o.g.v. art. 1:160 BW: ‘samenleven met ander als waren zij gehuwd’ maatstaf.
Falende cassatieklachten tegen 's hofs oordeel dat de vrouw in de zin van art. 1:160 BW met een ander heeft samengeleefd dan wel samenleeft en dat als ongeloofwaardig moet worden gepasseerd het verweer van de vrouw tegen de stellingen van de man dat de vrouw met die ander samenwoonde, dat zij elkaar verzorgden en een gemeenschappelijke huishouding voerden.
Partij(en)
[De vrouw], te [woonplaats], Verzoekster tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, adv. mr. J. van Duijvendijk-Brand,
tegen
[De man], ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.