RFR 2005, 3
Gezag. Heeft het hof bij de beoordeling van het verzoek om een vader te belasten met het ouderlijk gezag over zijn kind waarvan de moeder is overleden de juiste maatstaf toegepast?
HR 19-11-2004, ECLI:NL:PHR:2004:AQ8088
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2004
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R03/121HR
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
AQ8088
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AQ8088, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 19‑11‑2004
ECLI:NL:PHR:2004:AQ8088, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑11‑2004
- Wetingang
Essentie
Heeft het hof bij de beoordeling van het verzoek om een vader te belasten met het ouderlijk gezag over zijn kind waarvan de moeder is overleden de juiste maatstaf toegepast?
Samenvatting
De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie is op 4 augustus 1991 geboren de dochter, die door de vader is erkend. Op 18 januari 2002 is de moeder overleden. Zij oefende alleen het gezag over de dochter uit. Verweerster in cassatie (hierna: de voogdes) is, na testamentaire aanwijzing van de moeder, bij beschikking van 30 januari 2002 door de kantonrechter belast ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.