Einde inhoudsopgave
RvdW 2004, 128
Testamentaire voogdij; verzoek overlevende ouder om met het gezag te worden bekleed; strekking art. 1:253h lid 3 BW.
HR 19-11-2004, ECLI:NL:PHR:2004:AQ8088
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2004
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R03/121HR
- Conclusie
A-G L. Strikwerda
- LJN
AQ8088
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AQ8088, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 19‑11‑2004
ECLI:NL:PHR:2004:AQ8088, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑11‑2004
- Wetingang
BW art. 1:253h
Essentie
Testamentaire voogdij; verzoek overlevende ouder om met het gezag te worden bekleed; strekking art. 1:253h lid 3 BW.
Mede op grond van de parlementaire geschiedenis van art. 1:253h lid 3 BW moet ervan worden uitgegaan dat met deze bepaling slechts in zoverre een wijziging van het voordien geldende recht is beoogd dat de enge maatstaf voor afwijzing van het verzoek van de overlevende ouder om met het gezag over de kinderen te worden bekleed — te weten: bestaat gegronde vrees dat bij inwilliging van het verzoek de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd? ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.