RAR 2005, 14
Verjaring. Is toepassing van de verjaringstermijn in casu naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
HR 26-11-2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3138 (mesothelioom, De Jong/Optimodal)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2004
- Magistraten
Mrs. R. Herrmann, D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop
- Zaaknummer
C03/227HR
- Conclusie
A‑G Timmerman
- LJN
AR3138
- Roepnaam
mesothelioom
De Jong/Optimodal
- JCDI
JCDI:ADS870302:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Arbeidsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AR3138, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑11‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AR3138, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2004
- Wetingang
BW art. 3:310; BW art. 6:2 lid 2
Essentie
Is toepassing van de verjaringstermijn in casu naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
Samenvatting
Eiser vordert een voorschot op de schade die hij lijdt als gevolg van het optreden van mesothelioom, naar zijn stelling veroorzaakt door blootstelling aan asbest in de jaren 1958–1961. Tussen partijen is in confesso dat de vordering is verjaard op grond van art. 3:310 lid 2 en 3 BW. Eiser stelt dat de toepassing van de verjaringstermijn in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
HR: In HR 28 april 2000, NJ 2000, 430 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.