Einde inhoudsopgave
RvdW 2005, 30
Vast recht in cassatie; maatstaf berekening; beroep beperkt tot deel vordering.
HR 18-02-2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR5387 (Van Staden ten Brink)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2005
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R04/015HR
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
AR5387
- Roepnaam
Van Staden ten Brink
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2005:AR5387, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 18‑02‑2005
ECLI:NL:PHR:2005:AR5387, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑02‑2005
- Wetingang
WTBZ art. 25
Essentie
Vast recht in cassatie; maatstaf berekening; beroep beperkt tot deel vordering.
Voor de berekening van vast recht in een bij dagvaarding aanhangig gemaakte cassatiezaak moet in beginsel worden aangeknoopt bij het bedrag van de vordering waarover de rechter tegen wiens uitspraak het beroep in cassatie is gericht, had te beslissen. Indien in cassatie het beroep zich beperkt tot een deel van de vordering, dient voor de berekening van het vast recht te worden aangeknoopt bij dat deel van die vordering.
Samenvatting
In een ingediend verzetschrift wordt betoogd dat de Griffier van de Hoge Raad bij de berekening van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.