RFR 2005, 118
Civiel pensioenrecht. Huwelijksvermogensrecht. Valt militair reservistenpensioen onder de Wvp of valt de waarde daarvan in de gemeenschap?
HR 12-08-2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2619
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 augustus 2005
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel
- Zaaknummer
C04/110HR
- Conclusie
A-G Keus
- LJN
AT2619
- JCDI
JCDI:ADS871413:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AT2619, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑08‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AT2619, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑08‑2005
- Wetingang
BW art. 1:94; BW art. 1:155; Wet verevening pensioenrechten bij scheiding art. 1; Algemene Militaire Pensioenwet art. E 3
Essentie
Valt militair reservistenpensioen onder de Wvp of valt de waarde daarvan in de gemeenschap?
Samenvatting
Deze zaak betreft de vraag of een militair reservistenpensioen voor verevening op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvp) in aanmerking komt en, zo nee, of de waarde van dit pensioen in de huwelijksgoederengemeenschap valt en derhalve ingevolge Boon/Van Loon (HR 27 november 1981, NJ 1982, 503 m.nt. EAAL en WHH) dient te worden verrekend. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vrouw conform het bepaalde in de Wvp aanspraak heeft op de helft van het tijdens huwelijk opgebouwde militair ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.