JOL 2005, 567
Afvloeiingsregeling; zonder voorbehoud gegeven instemming; uitleg.
HR 14-10-2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3411
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2005
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel
- Zaaknummer
C04/150HR
- Conclusie
A-G Huydecoper
- LJN
AU3411
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Vermogensrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AU3411, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑10‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AU3411, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 14‑10‑2005
Essentie
Afvloeiingsregeling; zonder voorbehoud gegeven instemming; uitleg.
Vervolg op HR 21 juni 2002, NJ 2002, 540. Met toepassing van art. 81 RO verworpen cassatieklachten tegen 's hofs oordeel dat de werknemer door het ondertekenen van de overeenkomst strekkende tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding, ondubbelzinnig en zonder voorbehoud heeft ingestemd met die afvloeiingsregeling en dat daaraan niet afdoet dat die regeling is berekend op basis van een salaris dat achteraf bezien hoger had dienen te zijn, nu het op de weg van werknemer lag destijds expliciet een voorbehoud te maken en bij gebreke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.