JOL 2006, 229
Afwijzing verzoek ex art. 17 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) tot vaststelling van het Nederlanderschap, nu niet is gebleken dat verzoeker gerechtigd was tot afleggen optieverklaring als bedoeld in art. 27 lid 2 (oud) RWN. Verwerping cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
HR 14-04-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU9733
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 april 2006
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, F.B. Bakels, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
R05/077HR
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
AU9733
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AU9733, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 14‑04‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AU9733, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑04‑2006
Essentie
Afwijzing verzoek ex art. 17 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) tot vaststelling van het Nederlanderschap, nu niet is gebleken dat verzoeker gerechtigd was tot afleggen optieverklaring als bedoeld in art. 27 lid 2 (oud) RWN. Verwerping cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
Partij(en)
[Verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker tot cassatie, adv. mr. W.B. Teunis,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN, gevestigd te 's‑Gravenhage, verweerder in cassatie, adv. mr. H.A. Groen.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 17 maart 2004 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.