JOL 2006, 692
Alimentatie gewezen echtgenoten: beëindiging op voet art. Ⅱ lid 2 WLA; maatstaf; strenge motiveringseisen. Slagende cassatieklachten tegen 's hofs verwerping van het beroep van de vrouw dat de beëindiging van de uitkering tot levensonderhoud naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van haar kan worden gevergd: het hof had niet mogen voorbijgaan aan de stelling van de vrouw dat zij, gezien haar verdiencapaciteit, nog altijd niet in staat zou zijn in haar levensonderhoud te voorzien; het hof kon niet ermee volstaan slechts in zijn beoordeling te betrekken dat de man financieel nog steeds in staat is alimentatie te betalen nu de omstandigheid dat de alimentatieplichtige in zodanige financiële omstandigheden verkeert dat hij zonder enig probleem aan zijn alimentatieplicht zal kunnen blijven voldoen, van belang is voor het antwoord op de vraag wat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid van ieder van partijen kan worden gevergd; de omstandigheid dat de tot uitkering gerechtigde geen recht heeft op uitbetaling van een deel van het ouderdomspensioen van degene die tot uitkering is gehouden, is een relevante omstandigheid die de rechter op grond van art. Ⅱ lid 2 onder d WLA in zijn beslissing moet betrekken.
HR 10-11-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY0417
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 november 2006
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, J.C. van Oven, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R05/160HR
- Conclusie
A-G Keus
- LJN
AY0417
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AY0417, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10‑11‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AY0417, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑11‑2006
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑12‑2005
Essentie
Alimentatie gewezen echtgenoten: beëindiging op voet art. Ⅱ lid 2 WLA; maatstaf; strenge motiveringseisen.
Slagende cassatieklachten tegen 's hofs verwerping van het beroep van de vrouw dat de beëindiging van de uitkering tot levensonderhoud naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van haar kan worden gevergd: het hof had niet mogen voorbijgaan aan de stelling van de vrouw dat zij, gezien haar verdiencapaciteit, nog altijd niet in staat zou zijn in haar levensonderhoud te voorzien; het hof kon niet ermee volstaan slechts in zijn beoordeling te betrekken dat de man financieel nog steeds in staat is alimentatie te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.