RFR 2007, 4
Alimentatie. Heeft het hof zijn beslissing de alimentatieverplichting te beëindigen voldoende gemotiveerd?
HR 10-11-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY0417
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 november 2006
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, J.C. van Oven, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R05/160HR
- Conclusie
A-G Keus
- LJN
AY0417
- JCDI
JCDI:ADS871366:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Personen- en familierecht / Alimentatie
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AY0417, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑11‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AY0417, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑11‑2006
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑12‑2005
- Wetingang
BW art. 1:157; Wet 28 april 1994 Stb. 324 art. Ⅱ lid 2
Essentie
Heeft het hof zijn beslissing de alimentatieverplichting te beëindigen voldoende gemotiveerd?
Samenvatting
Partijen zijn in december 1971 met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren, onderscheidenlijk in 1975 en 1977. Tussen partijen is echtscheiding uitgesproken. Het vonnis is op 4 augustus 1988 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Bij echtscheidingsconvenant, ondertekend op 15 augustus 1988, zijn partijen onder meer overeengekomen, dat de man met ingang van 1 oktober 1988 een alimentatie aan de vrouw zal betalen van ƒ 1800 (€ 816,80) per maand. Het Hof te 's‑Gravenhage heeft bij beschikking van 29 november 1996 het echtscheidingsconvenant aldus ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.