JOL 2006, 723
Schuldsanering. Omvang boedel; letselschade-uitkering. Homologatie akkoord; weigeringsgrond art. 153 lid 2 sub 1° F; strekking; taak rechter. Onder de in de wet geregelde uitzonderingen op de in art. 295 lid 1 F vervatte regel dat de boedel van de natuurlijke persoon ten aanzien van wie de toepassing van de schuldsanering is uitgesproken, zijn goederen omvat ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, alsmede de goederen die hij tijdens de toepassing van die regeling verkrijgt, valt niet een aanspraak op smartengeld die de rechthebbende heeft geconcretiseerd in een vaststellingsovereenkomst, noch een geldsom die ter vergoeding van materiële letselschade is uitgekeerd, ook niet voor zover deze strekt ter vergoeding van toekomstige kosten en van toekomstige schade ten gevolge van gemis aan arbeidscapaciteit. Art. 153 lid 2, aanhef en onder 1°, F, dat bepaalt dat de rechtbank homologatie van het akkoord zal weigeren indien de baten des boedels de som, bij het akkoord bedongen, aanmerkelijk te boven gaan, laat geen ruimte voor een belangenafweging. De rechter dient zich te beperken tot een vergelijking van de omvang van de baten van de boedel en de hoogte van de bij het akkoord bedongen som.
HR 24-11-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AZ1111
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 november 2006
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, J.C. van Oven, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R06/035HR
- Conclusie
A-G Verkade
- LJN
AZ1111
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AZ1111, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑11‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AZ1111, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑11‑2006
Essentie
Schuldsanering. Omvang boedel; letselschade-uitkering. Homologatie akkoord; weigeringsgrond art. 153 lid 2 sub 1° F; strekking; taak rechter.
Onder de in de wet geregelde uitzonderingen op de in art. 295 lid 1F vervatte regel dat de boedel van de natuurlijke persoon ten aanzien van wie de toepassing van de schuldsanering is uitgesproken, zijn goederen omvat ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, alsmede de goederen die hij tijdens de toepassing van die regeling verkrijgt, valt niet een aanspraak op smartengeld die de rechthebbende heeft geconcretiseerd in een vaststellingsovereenkomst, noch een geldsom die ter vergoeding van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.