JOL 2007, 2
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992. Ontbreken teruggaafregeling bij uitvoer: strijd met gemeenschapsrecht (art. 90 en 29 EG) dan wel met art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM jo. art. 1. Protocol 1 bij EVRM? Niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting m.b.t. het discriminatieverbod van art. 90 EG geeft 's hofs oordeel dat de omstandigheid dat de opbrengst van de heffing krachtens de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (Wet BPM) rechtstreeks naar de staatskas vloeit en niet reeds bij voorbaat bestemd is voor de financiering van wegen of andere activiteiten die alleen de nationale weggebruiker ten goede komen, de conclusie wettigt dat de heffing van BPM niet in strijd is met dat artikel. Het ontbreken van een teruggaafregeling bij uitvoer doet de Wet BPM niet om die reden in strijd zijn met art. 90 EG. Evenmin is sprake van schending van het communautaire evenredigheidsbeginsel. Onjuist is de opvatting dat door het ontbreken van een teruggaafregeling bij uitvoer een door art. 29 EG verboden ongelijkheid wordt geschapen en dat de heffing van BPM strijdig is met art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM jo. art. 1 van Protocol 1 bij het EVRM.
HR 05-01-2007, ECLI:NL:PHR:2007:AU8958
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
5 januari 2007
- Magistraten
Mrs. D.G. van Vliet, A.E.M. van der Putt-Lauwers, F.W.G.M. van Brunschot, P. Lourens, E.N. Punt
- Zaaknummer
C05/123HR
- Conclusie
A-G de Wit
- LJN
AU8958
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Belastingen van rechtsverkeer (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2007:AU8958, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 05‑01‑2007
ECLI:NL:PHR:2007:AU8958, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑01‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑03‑2005
Essentie
Ontbreken teruggaafregeling bij uitvoer: strijd met gemeenschapsrecht (art. 90 en 29 EG) dan wel met art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM jo. art. 1. Protocol 1 bij EVRM?
Niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting m.b.t. het discriminatieverbod van art. 90 EG geeft 's hofs oordeel dat de omstandigheid dat de opbrengst van de heffing krachtens de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (Wet BPM) rechtstreeks naar de staatskas vloeit en niet reeds bij voorbaat bestemd is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.