JOL 2007, 71
Wet Bopz. Voorwaardelijke machtiging; art. 14a lid 7: aan bijzondere voorwaarden te stellen eisen; eisen van specificiteit en exactheid; voorgeschreven medicatie. De aan een voorwaardelijke machtiging gestelde bijzondere voorwaarden moeten voldoen aan de in art. 14a lid 7 Wet Bopz gestelde eisen; dit dient in de formulering ervan tot uitdrukking te komen. De strekking van de regeling van de voorwaardelijke machtiging brengt mee dat, voorzover de situatie waarin de betrokkene verkeert dit nodig maakt, aan de bijzondere voorwaarde in zekere mate een open karakter mag worden gegeven, zodat bij de behandeling met de nodige flexibiliteit kan worden ingespeeld op de ontwikkelingen. Niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting geeft het oordeel van de rechtbank dat de voorwaarde inhoudend dat betrokkene de voorgeschreven depotmedicatie accepteert, als een bijzondere voorwaarde kan worden opgelegd nu deze enkel zelfstandige betekenis toekomt voor zover daaruit volgt dat de medicatie in depotvorm wordt toegediend aangezien uit het behandelingsplan in combinatie met de algemene voorwaarde van art. 14a lid 6 Wet Bopz reeds volgt dat betrokkene de voorgeschreven medicatie dient te accepteren en het toedienen van medicatie in depotvorm een aanvaardbare voorwaarde is om medicatie-ontrouw te voorkomen, waarop bij betrokkene een reëel risico bestaat.
HR 02-02-2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ1113
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
2 februari 2007
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R06/128HR
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
AZ1113
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2007:AZ1113, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 02‑02‑2007
ECLI:NL:PHR:2007:AZ1113, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑02‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑09‑2006
Essentie
Wet Bopz. Voorwaardelijke machtiging; art. 14a lid 7: aan bijzondere voorwaarden te stellen eisen; eisen van specificiteit en exactheid; voorgeschreven medicatie.
De aan een voorwaardelijke machtiging gestelde bijzondere voorwaarden moeten voldoen aan de in art. 14a lid 7 Wet Bopz gestelde eisen; dit dient in de formulering ervan tot uitdrukking te komen. De strekking van de regeling van de voorwaardelijke machtiging brengt mee dat, voorzover de situatie waarin de betrokkene verkeert dit nodig maakt, aan de bijzondere voorwaarde in zekere mate een open karakter mag worden gegeven, zodat bij de behandeling met de nodige ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.